Ervaringen van deeelnemers


Tom (deelnemer Door Dik en Dun, 10 jaar)
“Ik wilde graag afvallen, want ik ben een beetje te zwaar. Ik wil graag blij zijn met hoe ik eruit zie. Mijn moeder hoorde van het programma Door Dik en Dun en ze vroeg of ik het leuk vond om mee te doen. Dat vond ik wel. Ik ben drie weken bezig en ik heb al veel geleerd. Bijvoorbeeld dat er in vruchtensapjes net zo veel suiker zit als in frisdrank. Je kunt beter water of lightdrankjes drinken. Daar zitten geen calorieën in. Het sporten gaat ook goed. Ik ben nu al minder snel moe met basketbal. Mijn conditie wordt beter. Ik ga door tot ik weer helemaal lekker in mijn vel zit.”

Marian (moeder van Tom)
“Tom zat niet lekker in zijn vel. Ik zag dat hij te zwaar was. Maar ik zag ook dat hij er steeds meer last van had. Bij de sportschool viel mijn oog op een folder van Door Dik en Dun. Het leek mij een prima combinatie: samen met andere kinderen sporten en begeleiding door een counsellor en een diëtist. Niet veel later is Tom gestart. En hij vond het meteen leuk. Ik ben ook echt gaan opletten met het bereiden van eten. Ik gebruik minder vet en meer verse producten. En dat is goed voor ons hele gezin. Ik zie nu al echt een verandering bij Tom. Hij komt altijd vrolijk uit de lessen. Hij is trots op zichzelf en ik op hem!”

Romy (deelnemer Door Dik en Dun, 8 jaar)
“Op school pestten ze me omdat ik een beetje te dik ben. Dat vond ik niet leuk; ik werd er erg verdrietig van. De huisarts vertelde mijn moeder en mij over Door Dik en Dun. We zijn gaan kijken en we hebben meteen het inschrijfformulier ingevuld. Ik ben nu twee maanden bezig en ik voel me goed. Het is leuk om samen met andere kinderen die ook een beetje te zwaar zijn te sporten. En we praten veel samen. Over wat we eten en wanneer. Ik vul heel trouw mijn werkboekje in. Zo kan ik bijhouden wat ik eet. Ik ben nu al best veel afgevallen!”

Arthur (vader van Romy)
“Wat Romy in drie maanden heeft bereikt is fantastisch! Natuurlijk heeft ze het gedaan met deskundige begeleiding en met steun van andere kinderen en van ons. Maar toch. Ze heeft het zelf gedaan en ze is heel gemotiveerd. Ik zie haar echt opbloeien. Een keer in de week gaan we samen naar de sportschool. We rennen, springen en spelen met de bal ; na afloop zijn we helemaal bezweet. Dat voelt heerlijk. Ik vind het leuk dat ik haar op deze manier een beetje kan helpen.”